Vrijgezellig

Ze praten. Luidop. En lachen doen ze luidkeels. Ik drink bier en volg het gesprek op de achtergrond. Nu en dan geef ik een, wat mij betreft, gevatte opmerking. Ze zwijgen stil en kijken me vreemd aan. Ik glimlach met één mondhoek en kijk terug naar het scherm van mijn laptop. Gesprekken worden hervat. Ze spuien ideeën en vinden het allemaal goed. Ze vinden het beter en dat misschien nog leuker. Ik bevestig, al doet mijn mening er niet toe. Ik drink bier en vraag me af hoeveel flesjes van het gerstenat nog in mijn koelkast wachten op mijn lippen. Niet genoeg denk ik bij mezelf.

Op het televisietoestel dat indringer probeert te spelen op deze avond, zocht een boer een vrouw. Of hij ze ooit vond, zal voor mij een raadsel blijven. Hoe meer je drinkt, hoe groter de dorst. Hoe langer de avond, hoe gekker de ideeën. Vrouwen zijn vreemde wezens. An sich kunnen ze goed begrijpbaar zijn, soms toch. Samen vormen ze een horde wezens waar je als enige man niets aan kan doen, noch begrijpen. Ze spreken over accessoires, activiteiten en drankverbruik. Ze lachen, knipperen met de balpen die ze in hun handen hebben en concluderen wat ze net hebben afgesproken.

Ik drink bier en de vrijgezellenavond van mijn zus krijgt vorm. Een avond uit de duizend.

Bekentenis

Ik heb het de laatste weken niet makkelijk gehad. Altijd al was ik zeker dat ik niet de enige was, maar je leeft toch met een zekere schaamte over jezelf. Zeker nu ook de media aandacht voor het fenomeen heeft, voel ik me bekeken. Het voelt onwennig om het huis uit te komen en het gevoel te hebben dat de ogen in je rug priemen. Alsof ze het zien. Dat je anders bent.
Er zijn feestjes waar ik niet op uitgenodigd word, of waar ik zelf weiger te gaan. Het isolement zorgt ervoor dat je je eenzamer dan anders voelt en benadrukt ook dat je er niet meer bij hoort. Als ik over straat loop, ben ik bang om aangesproken te worden. Ik steek m’n handen in m’n zakken en kijk naar de grond als ik ga winkelen. Laat mij met rust. Ik spreek er ook niet over, hoewel het misschien de beste oplossing zou zijn. Maar waar klop je daar voor aan? Waar vind je gelijkgestemden? Het ligt allemaal zo gevoelig.

Maar vandaag is anders, vandaag doorbreek ik het isolement en schreeuw ik het uit. Ik hoop dat jullie mij er niet voor veroordelen. Ook jij niet, daar op straat. Ik ben een droogveger. Ja, Hilde De Baerdemaeker, een droogveger. Al jaren aan een stuk. Droogvegers zijn ook mensen, Hilde, en proper zijn ze zeker. Geef ons daarom het respect dat we verdienen!

Functioneel naakt

Gisteren keek ik ‘Met man en macht’, de nieuwe serie over de gemeentepolitiek in het fictieve Ransegem. Gisteren was ook de dag dat mijn beeldscherm gevuld werd met de blote kont van Tom Van Dyck. Functioneel uiteraard! Tom heeft, in zijn rol, een affaire met zijn schoonzus. Dat gaat gepaard met geheime afspraakjes, die op hun beurt weer tot seks leiden, en seks doe je naakt. Al hoeft dat niet per se. Functioneel dus, in elk opzicht! Enkele dagen voordien deed Ann Ceurvels het hem voor in een gelijkaardige situatie, maar met andere lichaamsdelen en in een andere reeks. Overdrijven is nooit goed.

Geen enkele zichzelf respecterende Vlaamse fictiereeks, zonder een streepje bloot vlees. Ik denk daarbij spontaan aan de heuveltjes van Marie Vinck, die een prominente rol spelen in menig Vlaamse reeks. Of Maaike Neuville die in ‘Van Vlees en Bloed’ het beste van zichzelf liet zien. Of onlangs nog Charlotte Vandermeersch in ‘Deadline 14/10’. Men zou haast bijna vrezen dat men al dat naakt beu zou beginnen komen, al is dat misschien een voorbarige conclusie. Uiteraard ondersteunt dit naakt het verhaal en wordt het in beeld gebracht als ‘functioneel’. Dat hoort zo, die regels moet je respecteren.

Soms ben ik ook naakt en meestal is dat ook functioneel: ik ga in bad, douche me, slenter door het huis, en ga zo maar verder. Alles heeft zijn doel en maar goed ook. Ik mag er niet aan denken dat ik plots onfunctioneel naakt ben. Wat een toestanden moet dat niet teweegbrengen. Nee, al dat bloot, laat dat maar lekker een functie hebben!

Keep calm & make radio

Donderdagavond was ik te gast bij de mensen van Quindo, dat is een medialab, een speeltuin voor (jonge) radiomakers. Elke donderdag maken zij onder andere het programma ‘Off The Record‘, een praatprogramma zonder vaste structuur noch vaste onderwerpen. Dat is fijn, dat zorgt voor mogelijkheden. DJ Twone,  MC Tjalle & Master Bagin leiden het zootje in goeie banen, fijne kerels die me de eerste minuten op mijn gemak stelden. Ik raakte met één van hen aan de praat tijdens een twunch (get-together met mede-twitteraars). Je praat over hobby’s en vindt raakpunten: radio maken, toneel spelen, improviseren. Put one & one together en voor je het weet zit je in je eerste online radio-uitzending.

Radio maken is een aparte ervaring. Je wordt in een studio gedumpt, krijgt een microfoon onder je neus, een koptelefoon op je hoofd. Liefst in die volgorde. De eerste 5 minuten zijn wennen: waar je op toneel je publiek voor je hebt met hun instant feedback, zit je hier in een afgesloten wereld zonder reactie. Je wordt voorgesteld als centrale gast en beseft dat dit eigenlijk weggelegd is voor BV’s. Acute stress: heb ik wel wat te vertellen, heb ik wel een aangename stem, klinkt mijn hoest niet te vervelend, ligt mijn haar wel goed, … Niet alles doet er toe, maar het speelt door je kop. Keep calm & make radio, werd er mij toegefluisterd. En dat radio maken, dat ging ongeveer zo:

Off The Record 17 januari 2013 by Quindo on Mixcloud

Wat mij betreft: voor herhaling vatbaar. Ik nodig mezelf dus bij deze nog eens uit, al moet ik dan misschien niet over mijn kat praten…

Babybook

Ik google mezelf soms. Daar is niets mis mee. Nu en dan eens je eigen naam door Google jagen leert je dat je vindbaar bent. De content die ik deel is publiek beschikbaar voor iedereen. Niets mis mee, ik deel niets wat het daglicht niet mag zien: bedenkingen, quotes, conversaties op Twitter, foto’s van eten en bier (zoals het hoort), een aangebrande opmerking, … Allemaal vormen ze wie ik ben en wat ik doe. De hele heisa rond ‘wat een (toekomstige) werkgever allemaal niet online vindt’, is me dunkt wat opgeblazen. Mijn online persona is quasi gelijk aan mijn offline persona, dat maakt het je als mens iets makkelijker. Bovendien is het met die persoonlijkheid dat ik op het werk verschijn.

Het voordeel dat wij als ‘eerste-generatie-facebookers’ (wat is dit een zware term) hebben, is dat onze online geschiedenis slechts enkele jaren terug gaat en gelijk loopt aan de opmars van de social media. Waar we echter niet stil bij staan is dat de generatie die volgt een geschiedenis zal hebben die veel uitgebreider is. Plaatsen jullie foto’s van je pasgeborene online? Vast wel, want zo’n nieuws wil je delen, ik deed (uiteraard) hetzelfde… Of stuurden jullie een beeldje van de eerste echo de wereld in? Mogelijk ook, het is een mooie manier om aan te kondigen dat jullie uitbreiding verwachten.

Toch denk ik dat we ons wat moeten inhouden. Facebook lijkt nu al vaak wat weg te hebben van ‘babybook’. Alles wat we delen, blijft. De echo, de volle pamper, de eerste stapjes, … Later zal dit deel gaan uitmaken van de online aanwezigheid van onze kinderen. Ik heb besloten me wat in te houden. Ik deel, maar ik censureer. Niet elke foto die ik maak, hoeft per se online te verschijnen. Ik heb zelf de controle, onze kinderen hebben die (nog) niet…

Breek de stilte

Het is donderdagmorgen, iets na half tien. Ik zit bij de dokter en hoest, rochel en kuch. Hier moet ik zijn, ook al ben ik hier niet graag. “Dag Jurgen, kom binnen, hoe gaat het, ” weerklinkt het. “Niet goed, anders was ik hier niet,” glimlach ik groen. “Mijn adem, ik heb er geen. En hoesten, de longen uit mijn lijf.” Virale infectie op de luchtwegen, luidt het verdict. Thuisblijven, rusten en o ja, het zou er heel goed aan doen mocht je tot zondag zwijgen. Stem en keel sparen, weet je wel. Die zagen al genoeg af. Uiteraard, zwijgen, geen probleem, dat lukt me wel. “Ik zie wel hoe ik me morgen voel, dan kan ik eventueel gaan werken.” Een strenge blik. Niet dus. Afspraken en vergaderingen afgebeld, thuis, zwijgen, rusten.

De stille uren duren het langst. Je hebt enkel jezelf en de stilte. Dan ga je denken over het leven, over wat je doet en wat je nog moet doen, over het feit of het allemaal wel nog zin heeft. Je denkt na of je eigenlijk niet beter was gaan werken, thuis zitten denken is ook niet alles. Jezelf doodhoesten op het werk ook niet. Dilemma’s en tweestrijd. Stil in huis, kabaal in mijn hoofd.

Morgen mag ik echter terug het leven in, morgen mag de stem in mijn hoofd weerklinken. Ik doorbreek de stilte, hopelijk herkennen jullie mijn stem nog, het is al weer een tijdje geleden dat ze er nog was…

2012 is dood, lang leve 2012!

Het is nooit te laat om nog over het verleden te praten. De lijstjestijd is dan wel voorbij, het nieuwe jaar gevierd, de champagnekurken geknald en het vuurwerk afgeschoten. Toch was 2012 een jaar waar veel gebeurd is, waar goede voornemens werden gemaakt en waar sommige toch werden gerespecteerd. To whom it may concern:

Ik schreef in 2012 meer dan in 2011. 54 blogposts in 1 jaar, dat is een gemiddelde van net iets meer dan 1 per week. Ik ben daar best tevreden over, een mooi gemiddelde. Lezers waren er ook, gelukkig maar: gemiddeld 15 views per dag. Dat is niet veel en tegelijk toch wel. Topposts waren deze, deze en uiteraard ook deze.

Ik las ook meer boeken, waar “De intrede van Christus in Brussel” van Dimitri Verhulst & “Wij” van Elvis Peeters er toch met kop en schouders boven uit staken. Schrijvers waar men mag naar opkijken. Van die eerstgenoemde nam ik waarschijnlijk zijn hele oeuvre door dit jaar, aanraders van formaat, de éne al wat meer dan de andere.

Ik luisterde dit jaar ook naar muziek, veel muziek. De grootste ontdekkingen dit jaar waren ‘The Gaslight Anthem’, een groep die ik enkel van naam kende, en Chuck Ragan, de ruwe bard met zijn gitaar. Er kwamen dit jaar ook enkele pareltjes van albums uit, te veel om op te noemen, al zijn er hier enkele: Atlas van Parkway Drive, The Go Set van The Go Set, Babel van Mumford & Sons, Comet van The Bouncing Souls, The Good Fight van Hounds & Harlots, House of Gold & Bones van Stone Sour, There’s no leaving now van The Tallest Man on Earth en ga zo maar verder…

Ik speelde ook vorig jaar: “De Roze Ridder” in het gelijknamige stuk van Bart Spaey, een donderpreek/priestermonoloogje tijdens “Theater Lokaal Arriveert” en we improviseerden. Vooral dat laatste was de ontdekking van het jaar: zalig om te doen, grenzen op te zoeken en gewoon ‘los gehen’ op situaties die je opgelegd worden. Dit alles deed ik samen met de fijne bende van de Gregoriusgilde, een bont allegaartje van jong en oud. Jammergenoeg moesten we van enkele van die Gregorianen afscheid nemen in 2012. Het ga jullie goed ginder, see you in the afterlife!

Ik nam in 2012 ook afscheid van Carla, verwelkomde Dolf (de Golf), kreeg een gloednieuwe en schitterende vulpen (Kaweco AL Sport), schafte ik me een tweedehands Galaxy Nexus aan en overtuigde mezelf dat ik na dit alles allesbehalve materialistisch ingesteld ben.

De grootste gebeurtenis dit jaar is echter het feit dat ik vader van onze zoon Raf  geworden ben. Kinderen, ze doen iets met een mens: ze veranderen je leven, ze brengen je dichter bij mensen, ze leren je dat je nog zo veel te leren hebt. 2012 bestond voor Eva en mezelf vooral uit 9 maanden, soms lange maar ook hele leuke maanden. Samen zijn we klaar om die kleine kerel het beste van het beste te geven. Dag na dag.

Voornemens maak ik niet, die vergeet men toch. Wensen geef ik jullie wel: dat de zon mag schijnen op al jullie wegen.
Behalve als je een klootzak bent. Dan wens ik je regen toe. Veel regen.

Op naar 2014!