Oud

Zo voel ik me op dit moment. Stokoud. Als een zeventigjarige gevangen in dit lijf van een tweeëntwintig jaar oude, doch zeer aantrekkelijke, kerel: bevend, schuddend en nerveus. De misselijkheid ’s ochtends gaat maar niet over. Het beven blijft duren. Ben ik dan echt aan het afkicken van alcohol? Of heeft de roem eindelijk zijn tol geëist?
Zijn dit de zorgen die men heeft als men verder gaat in het leven? Zijn dit de lichamelijke kwellingen die men doorgaat als men ouder wordt? Wat lijkt het leven dan echt klote. Je zou het bijna teveel vinden nog wakker te worden en de dag door te brengen. Ik ben oprecht blij dat het looprekje nog aan de kant blijft, want al wat mij daar nog van scheidt, lijkt dichter te zijn dan ooit te voren. Ik zie jullie al denken: J.H., zeur niet zo, je lijkt wel een oude vent. Wel, geloof mij vrij, waarde fan van me: ik geloof dat ik dat diep van binnen al ben.

Frang

Moest ik er hier nog een frank aan verdienen, het zou nog iets zijn. De zondag zou op zo’n moment een lucratieve bezigheid worden. De enige die op dit moment geld verdienen, zijn de Pfaffs en helaas ben ik er één van de redenen voor. Toeval wil dat het televisietoestel op dit moment hun boeiende leven in beeld brengt. Er zijn schijtlijsters die mooiere liedjes ten berde brengen, dan het oeverloeze gezever van een familie die samen een hersencel deelt. Laat ons er van uitgaan dat ik me er niet in mag opwinden, want dat dit slecht is voor mijn tikker. Hoe het ook zij: zij zijn er en ik wordt er mee geconfronteerd.
Laat ons vooral niet verder gaan over Sara, of over eender welk ander programma VTM op ons afvuurt. Moderne televisie, ik vraag me af of het niet te veel wordt voor de mens.

Triest

Ik weet niet wat er triester is: het feit dat mijn bonsai dood is of het feit dat ik hem nog dagelijks water geef. Zelf heb ik het niet zo goed met de natuur: mijn nieuwe vis eet zijn aquariumgenootjes op, mijn bonsais sterven trieste, eenzame doden en mijn vleesetende plant werd vegetariër. Nuja, er zijn zoveel dingen die erg zijn. Krampen krijgen in uw kaken van te hard te moeten duwen terwijl je aan het kakken bent, dat is erg. Constipatie, godzijdank heb ik er geen last van, ik schijt dat het een lieve lust is en dat zonder Bio van Danone.
Zwijg mij trouwens van Danone, ik moet hen nog een klachtenbrief schrijven omdat de flessenranden van hun Dan-Up te scherp zijn. Het is wat. Onder het motto ‘we gaan eens ontbijten’, haal ik quasi dagelijks mijn lippen open aan die vlijmscherpe dingen. Hoe de modellen het doen in de tv-reclames, het weze mij een raadsel. Misschien is het een glimlach in de aard van: hah, losers, wacht maar tot jullie van die fles gedronken hebben, ik heb er tenminste mijn boterham mee verdiend. Zo zie je maar, zo is de cirkel van het ontbijtmopje weer rond.
Het zijn toch rare kronkels zo in mijn hoofd, zodanig erg dat ik me soms afvraag of het allemaal nog wel normaal is. Mocht ik alle opschrijven wat ik allemaal loop te denken een ganse dag, ik zou boekenkasten kunnen vullen. Gelukkig, gelukkig ben ik te lui om het allemaal op te schrijven. Het zou wat geven: boekenkasten vol met gelul die geen mens interesseert noch ooit zou willen lezen. Geeft toe, het zou zonde zijn van mijn inspiratie zo te benutten, er veel te veel plaats en tijd in te steken en toch geen kat bereiken. Mochten er al katten willen lezen. Godzijdank ben ik een lamme leegaard en begin ik er niet aan.
Wel loop ik de ganse dag rond met dat zwart notaboekje in mijn zakken, het oog op: je weet maar nooit, wat komt, dat komt en misschien is het wel memorabel genoeg om het op te schrijven. Als iets al memorabel genoeg blijkt te zijn, onthoud ik het wel met het logisch gevolg dat ik de godganse dag met een overbodig leeg notablokje rondloop. Als schrijver/genie moet je ook wat om intelligent over te komen en doe je gewoon wat je doet: je geeft je dode bonsai water, voeder je vis nog een vis en geeft je venusvliegenval een stukje tofu. En dat maakt de cirkel niet ronder dan hij al was.

Therapie

En de schrijver, lustig schreef hij verder aan wat ooit een oeuvre moest worden waar geen eind aan kwam. Helaas ben ik daar, en dat geef ik gerust zelf toe, veel te lui voor. Ik zit nog met verhalen uit Dikkebus en toogpraat uit ’t Leetvermaak in mijn gedachten, maar spaar je mijn avonturen uit het gat dat men poëtisch de Westhoek noemde. Het bloggen begint al dagelijkse kost te worden, hoewel ik er niet tevredener van word, noch rijker, noch voel ik vooruitgang in mijn mentale toestand.
Schrijven schijnt therapeutisch te werken. Zo ook het bezoeken van de Lunch Garden op zondagnamiddag. Rijen oude mensen banen er zich een weg op zoek naar innerlijke eeuwige rust. Tevens doen ze dat op de meest merkwaardige manieren: hinkend, hurkend of losweg tegen muurtjes lopend waarachter een scheel kind op een semi-driewielertje zich schuil houdt en het ganse tafereel, net als ik gadesla.
Bovendien lijkt alles veel relatiever als je stuk taart en kop koffie op is: je neemt beslissingen in je leven alsof je ze altijd al had moeten nemen,  voert gesprekken zoals ze bedoeld waren: eerlijk, open, grappig en rakend. Het is die eerlijkheid die ik in de mensheid mis: die zin in alles. Laat ons gewoon er even bij stil staan. Zoals bij het feit dat ‘Gelukkig kon ik zo hard roepen’ het leven van La Esterella gered heeft. De mensen die Dag Allemaal lezen weten wel waarover ik praat. Laat me kort samenvatten: oude taart valt van trap in appartement (hoe doe je het als je niet in duplex woont), begint ‘O Lieve Vrouwentoren’ te roepen (godzijdank zong ze het niet) en wordt gered door haar buurman die volgens mij gewoon komt aankloppen om te klagen dat ze nu eindelijk mag stoppen met dat eindeloos gezeik. Zo’n dingen maken het leven toch mooi? Zo’n nieuws moeten we meer horen en daarvoor moeten we dankbaar zijn. Dankbaar dat er een medium als Dag Allemaal bestaat om de hersenloze journalist in onze maatschappij tewerk te stellen. Bovendien blijft de ex van Justine Henin een rukker en Tom Boonen een coureur, wat men ook beweert.
Dank u Dag Allemaal, zeggen we dan. Dank u dat u mijn dag goed maakte. En bedankt voor die vrijdag, voor de toogpraat en voor de avonturen niet ver van Dikkebus.
De heer zij geprezen!